Uitreiking "Sculptuur Operationeel Optreden" actie Qana 22-8-1979
op 21 oktober 2011 te Havelte
Om 12.00 uur werden wij ontvangen met koffie en een broodje. Vlak voor het begin van de plechtigheid kregen wij een uitleg wat er zoal ging plaats vinden. Er was heel veel belangstelling, vanuit de Landmacht organisatie waren onder andere de Commandant der landstrijdkrachten; Inspecteur Generaal van de Krijgsmacht ; C- 43 Brigade en verder nog een aantal vertegenwoordigers vanuit de organisatie aanwezig.
Zo tegen een uur of één werden wij begeleid naar de appelplaats van het 44 Painfbat JWF. Hier stonden detachementen van de 4 compagnieën van het 44 Painfbataljon JWF en een Militaire muziekkapel van de Bereden Wapens. De familieleden mochten in een tent plaats nemen en de mannen van “de eenheid “ werden midden op de appelplaats opgesteld, de rest van de Acie stond ook als detachement opgesteld.
De C-Landstrijdkrachten, de Generaal Bertholee hield een speech en memoreerde de toedracht op die 22e augustus 1979. Hierna reikte hij persoonlijk aan ieder lid van
“de eenheid” de "Sculptuur Operationeel Optreden" met oorkonde uit. Deze sculptuur is een borstbeeld van een moderne soldaat met inscriptie.
De eerste die de sculptuur in ontvangst mocht nemen was de weduwe van de overleden plvcc Arie de Bruin.

Het is de allereerste keer dat dit beeld werd uitgereikt en het is de bedoeling dat dit vaker zal gaan gebeuren.
Eindelijk is ons werk in Libanon op een juiste en waardige manier gewaardeerd.
Rob Ancona
CSM Acie 44 Painfbat JWF Unifil.
Hieronder de integrale speech van de Commandant Landstrijdkrachten luitenant-generaal R.A.C. Bertholee
Geachte aanwezigen,
Op 22 augustus 1979, vond een intensieve gevechtsactie plaats in de omgeving van het Zuid-Libanese dorpje Qana waarbij 22 militairen van het Nederlandse VN bataljon waren betrokken. Nu, 32 jaar later, staan we hier rond het Johan Willem Friso monument om aan hen een waardering uit te reiken. Dat vraagt om een verklaring, maar eerst ga ik u vertellen wat er is gebeurd.
Die bewuste dag in augustus 1979 was, net als de meeste andere dagen, een warme dag waarbij de temperatuur in de middag opliep tot ruim boven de dertig graden. Op het VN Hoofdkwartier in Naqoura in Zuid-Libanon komt een melding binnen dat een post van het Fiji bataljon wordt aangevallen en dat er steun nodig is van het Nederlandse VN bataljon. Snel wordt besloten om een eenheid van pelotonsgrootte van de A-cie naar Fijibat te sturen om hen te helpen. De compagniescommandant wijst zijn eigen plaatsvervanger, Eerste luitenant de Bruin, aan als commandant.
Daarna gaan de gebeurtenissen heel snel. De eenheid van luitenant de Bruin bestaande uit een Nekaf jeep en twee YP-408 verplaatst van de compagnies commandopost naar de Fijipost. Zodra de Nederlandse voertuigen in de buurt van de post komen, worden ze beschoten. Daarop besluit de pelotonscommandant halt te houden. De hele eenheid wordt nu met geweervuur onder vuur genomen. De YP’s proberen de Nekaf te beschermen door posities te kiezen tussen de vijandelijke schutters en de Nekaf. Hier valt de eerste gewonde, korporaal Schouten wordt in zijn arm geraakt. (moet zijn soldaat Schouten: red). De Nederlanders stijgen onder vuur uit en kiezen posities in een greppel om vandaar met al hun beschikbare wapens het vijandelijk vuur te beantwoorden.
Beide YP’s worden meermalen getroffen door RPG antitankwapens. Luitenant de Bruin probeert onder vijandelijk vuur zijn positie te verbeteren maar wordt daarbij getroffen. Twee man halen hem uit de vuurlinie zodat hij verzorgd kan worden
Gedurende het vuurgevecht wordt ook soldaat Passon getroffen. Hij is de derde gewonde. Ook hij wordt door collega’s in veiligheid gebracht. Om de gewonden af te kunnen voeren roepen ze een YP-gewondentransport op. Maar ook deze wordt direct na aankomst onder vuur genomen. Toch slaagt de bemanning erin de gewonden in te laden en te transporteren naar een verderop gelegen helikopterlandingsplaats.
Na verloop van tijd neemt het vuurgevecht qua intensiteit af en ook de munitie begint op te raken. Er zijn met zekerheid gewonden en/of doden gevallen bij de tegenstanders. Zij weten echter de Fiji-post in te nemen. De dreiging voor onze militairen wordt nu zo groot dat er van hogerhand opdracht wordt gegeven om te stoppen met vuren om niet met nog meer Nederlandse slachtoffers geconfronteerd te worden.
De vijand weet een aantal Fiji soldaten krijgsgevangen te maken. Met de handen op het hoofd worden zij gedwongen als schild in de richting van de Nederlandse eenheid te lopen. De tegenstanders dwingen onze militairen met het gezicht op de grond te gaan liggen. Er wordt dreigende taal uitgesproken, wapens worden afgenomen, privéspullen en uitrusting weggehaald, er wordt geschopt en geslagen. Een bijzonder bedreigende en intimiderende ervaring. Maar onze mannen doorstaan de gevangneming en gijzelname op.
Ondanks fysiek geweld en ernstige psychische bedreigingen en vernederingen blijven ze zich waardig gedragen en geven de naam van een gezochte collega niet prijs.
Pas na verloop van tijd slaat de stemming enigszins om en wordt het milder. Eindelijk komt het bericht dat de Nederlandse militairen terug kunnen keren naar hun eigen eenheid.
Met de eigen YP’s wordt terugverplaatst naar de compagnies commandopost in Yatar waar hen een warm onthaal te wachten stond.
Dit was Qana Libanon op 22 augustus 1979. Vandaag 21 oktober 2011 staan wij hier in Havelte en hier bij dit monument gedenken wij Libanon. Voor mij staan de mannen/weduwe van die dit allemaal geheel of gedeeltelijk hebben meegemaakt op 22 augustus 1979. Op een enkeling na toentertijd allemaal dienstplichtig of technisch specialist of kort verband vrijwilliger. Een heftige, indringende fysieke en psychische ervaring.
Hulpverlening stond in die tijd nog in de kinderschoenen. Bij terugkomst in Nederland zwaaide men af of bleef nog een tijd bij de Koninklijke Landmacht maar uiteindelijk keerde eenieder terug naar de burger- maatschappij om daar met zijn leven verder te gaan.
In de jaren na 1979 hebben we sprongen voorwaarts gemaakt met de hulpverlening die tijdens en na een uitzending van evident belang is. Met die wetenschap van nu laat de KL zijn veteranen van toen niet in de kou staan.
Vandaag is daar misschien ook wel een voorbeeld van.
Uw toenmalig batalonscommandant kolonel bd Lensink heeft een tijd geleden gevraagd om een onderzoek naar de gebeurtenissen bij Qana op 22 augustus 1979 omdat hij vond dat een aantal personen zich bijzonder hadden gedragen. Dat leidde hij vooral af uit de motiveringen die heden ten dage voor dapperheidonderscheidingen worden gehanteerd.
De Commissies Dapperheidsonderscheidingen van zowel het Commando Landstrijdkrachten als van het Ministerie van Defensie, hebben zich in de afgelopen periode gebogen over de resultaten van dat onderzoek.
Beide Commissies zijn afzonderlijk tot dezelfde conclusie gekomen: voor het incident bij Qana op 22 augustus 1979 worden geen dapperheidonderscheidingen toegekend o.a. omdat de verklaringen daarover niet eensluidend zijn en hier en daar tegenstrijdigheden bevatten.
Ook is de mate van gericht vuur en de intensiteit ervan niet volledig meer helder te maken. Tevens zijn verklaringen na 31 jaar niet volledig meer terug te halen en in de loop der jaren vaak bijgesteld. Daarmee is de bewijslast te gering en ook niet meer sluitend te krijgen. Dit komt mede doordat er destijds geen officiële gedetailleerde verslaglegging plaatsvond van elk vuurgevecht zodat een eventueel ondersteunend uitgebreid documentenonderzoek niet kan worden uitgevoerd.
Beide Commissies onderkennen echter dat er door alle betrokkenen in het incident bewonderenswaardig gedrag is vertoond zowel in het vuurgevecht als in de periode van gijzelneming.
Daarom staan wij vandaag hier en gaan onze gedachten terug naar Qana 22 augustus 1979.
Ik (C-LAS) heb besloten op basis van de gebeurtenissen in Qana op die dag alle betrokkenen in het incident bijzonder te waarderen. Daartoe heb ik een bijzonder sculptuur laten ontwikkelen dat van nu af aan kan worden uitgereikt aan personen die zich onverschrokken hebben gedragen onder operationele omstandigheden. Deze sculptuur bestaat uit een bronzen borstbeeld van een militair in volledige operationele uitrusting met een geweer Diemaco. Het is een moderne militair, uitgerust naar de staven van nu. Daarmee verbindt het de militair van toen met de militair van nu. Beiden ingezet voor het belang van Nederland. Het borstbeeld is voorzien van een opschrift van de betreffende missie en actie, in uw geval UNIFIL, Qana, Libanon 22 augustus 1979. U bent de eersten die deze KL onderscheiding krijgen uitgereikt.
de Commandant Landstrijdkrachten luitenant-generaal R.A.C. Bertholee
In de DUBBEL VIER op pagina 10-16 van de Nederlandse Unifil Vereniging staan 2 uitgebreide verslagen,
in de OPLINIE van de vakbondsvereniging afmp/fnv een uitgebreid intervieuw met Rob de Bokx





Tijdens de receptie hield Rob de Bockx een korte toespraak
Graag wil ik kort gebruik maken van de gelegenheid om het woord te voeren namens de gedecoreerden.
Generaal Bertholee, wij willen u bedanken voor uw lovende woorden tijdens deze ceremonie en de onderscheiding die wij zojuist van u hebben mogen ontvangen.
Wij willen graag iedereen bedanken die zich hebben ingezet en een bijdrage hebben geleverd aan het tot stand komen van deze gedenkwaardige dag.
Helaas kan ik niet iedereen bedanken omdat ik dan een groot risico loop om iemand te vergeten.
Wij willen toch een speciaal woord van dank richten aan onze oude Bataljonscommandant de Kolonel Lensink.
Als hij niet het initiatief had genomen om na 30 jaar aandacht te vragen voor een stuk waardering voor alle betrokkenen bij het Qana incident, was deze dag en de nieuwe onderscheiding niet tot stand gekomen. Kolonel, daarvoor onze hartelijke dank.
Met deze ceremonie
en onderscheiding kunnen wij, ieder op onze eigen wijze het Qana incident een plaats geven.
Helaas kan door een ziekenhuisopname onze toenmalige Compagniescommandant Kolonel Harting niet aanwezig zijn, wij wensen hem alle beterschap toe.
Dames en heren dank voor uw aandacht.
Adjudant Rob de Bokx
Een reactie van JaapKees Drijver
Beste Gerrit en Jongens van deA-Cie
Langzaam beginnnen de emoties wat af te zwakken van het gebeuren van 21 oktober.
Waar we nooit opgerekend hadden is gebeurt en op een mooie manier.
Voor mij was het vooral waardevol m'n twee zoons, die zijn toch opgegroeid met een vader die af en toe kortsluiting had, en voor mijn vrouw die me naar Libanon heb zien gaan en terugkomen en me is blijven steunen. Nu kunnen ze het beter plaatsen en aan deze dag terug denken.
Geweldig dat er nog zoveel jongens buiten de gedecoreerde om de moeite hebben genomen om naarHavelte te komen , het was een mooi gezicht hoe ze daar in het gelid stonden .
Een dag om nooit te vergeten.
groet,
JaapkKees Drijver (necaf )
Een reactie van Henk Huberts
Beste mensen,
Wist niet wat er op afgelopen 21 oktober jl. stond te gebeuren.
Zag wel wat er op mij af zou komen.
Nu alles een week later begin ik mij te realiseren wat voor grote belangstelling er was.
Je maten van toen.
De steun die jullie mij die dag hebben gegeven en de groep natuurlijk is voor mij onvergetelijk.
Dat jullie allemaal zijn gekomen.
Waarvoor een grote pluim !!
Ook dat mijn vrouw,zoon en dochter het een plaats kunnen geven, want mijn kinderen hebben ook vaak te maken gehad met een vader die je op sommige momenten niet als vader zou willen hebben.
Een dag om nooit te vergeten voor ons.
De bewuste 22 augustus 1979 zal ik voor altijd bij mij dragen,maar afgelopen vrijdag ook.
Dagen om nooit te vergeten.
Henk Huberts.
Derk Waijer stuurde onderstaand artikel uit het Dagblad van het Noorden van 22-10-2011

En dit stond in het Algemeen Dagblad

Checkpoint november 2011

Links naar berichten in de media:
http://www.steenwijkercourant.nl/?n_id=215066&s_id=668
http://www.defensie.nl/landmacht/actueel/nieuws/2011/10/21/46188740/Waardering_voor_Libanonveteranen
http://www.telegraaf.nl/binnenland/10753810/__Sculptuur_voor_veteranen__.html
http://www.meternieuws.nl/wp/?p=9057
http://www.dvhn.nl/nieuws/drenthe/article8534971.ece/Waardering-voor-Libanonveteranen